Op het eerste gezicht lijken natuurlijke en labgrown diamanten identiek. Ze schitteren hetzelfde, hebben dezelfde hardheid en bestaan allebei uit pure koolstof. Toch zijn de verschillen groot. Niet alleen in herkomst, maar ook in zeldzaamheid, waarde en betekenis. In dit derde deel van Het Diamant Dossier leggen we uit wat het echte verschil is tussen natuurlijke en labgrown diamanten.

Zowel natuurlijke als labgrown diamanten hebben dezelfde chemische samenstelling en optische eigenschappen. Ook worden ze beoordeeld volgens dezelfde 4 C’s: carat, color, clarity en cut. Het onderscheid zit dus niet in wat je ziet, maar in waar de diamant vandaan komt.
Natuurlijke diamanten ontstaan diep in de aarde, onder extreme hitte en druk. Dat proces duurt duizenden jaren. Via vulkanische uitbarstingen komen ze uiteindelijk dichter bij het aardoppervlak, waar ze worden gewonnen.
Labgrown diamanten worden gemaakt in een laboratorium. Daar worden de natuurlijke omstandigheden nagebootst, waardoor een diamant in enkele weken kan ontstaan. Technisch knap, maar fundamenteel anders dan een natuurlijke diamant.
Het grootste verschil tussen de twee varianten zit in zeldzaamheid. Natuurlijke diamanten zijn schaars. Ze komen maar op een beperkt aantal plekken voor en de winning wordt steeds lastiger en kostbaarder. Labgrown diamanten kunnen daarentegen onbeperkt worden geproduceerd, in grote hoeveelheden.
Dat verschil heeft grote invloed op waarde. Waar een labgrown diamant in 2018 nog een aanzienlijk deel van de prijs van een natuurlijke diamant kostte, zijn de prijzen inmiddels sterk gedaald. Vandaag de dag kost een labgrown diamant van 1 karaat soms nog maar enkele tientjes.
De diamantmarkt heeft de afgelopen jaren een moeilijke periode gekend. In tegenstelling tot goud zijn diamantprijzen sterk gedaald en bereikten ze een dieptepunt. Inmiddels zien experts tekenen van stabilisatie.
Voor natuurlijke diamanten zijn de vooruitzichten op langere termijn voorzichtiger positief. Veel diamantmijnen zijn door hoge kosten nauwelijks nog rendabel. Dat kan in de toekomst leiden tot minder aanbod en meer schaarste, wat de waarde van natuurlijke diamanten ondersteunt.
Labgrown diamanten volgen een ander pad. Door massaproductie en technologische vooruitgang blijven prijzen dalen. Dat maakt ze toegankelijk, maar zorgt er ook voor dat de waardevastheid nog nauwelijks aanwezig is.
Vaak wordt gedacht dat labgrown diamanten automatisch duurzamer zijn. Dat beeld klopt niet altijd. De productie vindt plaats in grote fabrieken en vergt veel energie, die nog vaak afkomstig is uit fossiele brandstoffen.
Tegelijkertijd worden natuurlijke diamanten steeds vaker hergebruikt. Oude juwelen worden ingekocht en diamanten worden opnieuw geslepen en opnieuw gezet. Zo krijgen bestaande diamanten een tweede leven, zonder nieuwe winning en daarmee beter voor het milieu.
Daarnaast spelen natuurlijke diamanten in sommige landen een belangrijke economische rol. Botswana is een bekend voorbeeld, waar diamantwinning heeft bijgedragen aan economische groei, werkgelegenheid en de opbouw van een stabiele middenklasse.
De markt lijkt zich steeds duidelijker op te splitsen. Aan de ene kant zijn er kopers die een diamant zien als modeproduct: tijdelijk, betaalbaar en vervangbaar. Daar passen labgrown diamanten goed bij. Aan de andere kant zijn er mensen die een diamant koppelen aan een moment: een verloving, huwelijk, geboorte of nalatenschap. Voor hen spelen zeldzaamheid, herkomst en waarde op lange termijn een grotere rol. In die context blijft de natuurlijke diamant voor veel mensen de voorkeur houden.
Natuurlijke en labgrown diamanten lijken misschien hetzelfde, maar vertegenwoordigen iets fundamenteel anders. De één is het resultaat van duizenden jaren natuur, de ander van moderne technologie. Welke keuze je maakt, hangt af van wat je belangrijk vindt: prijs, duurzaamheid, emotie of waarde op de lange termijn.
Dit is geen beleggingsadvies. De waarde van edelmetalen kan fluctueren. Waardestijgingen in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.